Column vader abt
De Tuinman
What you see is not what you get... Wat je ziet, is niet wat je krijgt. Voor een computerprogrammeur die bezig is een programma te ontwerpen, is dit een slecht bericht. Het streven is immers dat je wat je op het beeldscherm ziet ook op papier te zien zal zijn bij het uitprinten. In het leven als monnik is dat anders. Daar krijg je niet wat je ziet. Het is niet eens de bedoeling! Als monnik leef je, net als iedere gelovige, toe naar wat 'naar wat God bereid heeft voor hen die Hem liefhebben'. Iedere poging om dit te beschrijven is bij voorbaat tot mislukken gedoemd, het is iets wat 'geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoord' (hoofdstuk 4 van de Regel van Benedictus; 1 Korinthiƫrs 2,9). Dat maakt geloof, en een leven als monnik, tot een moeilijk product op de markt. Intussen vraagt monniksleven wel Ɣlles van je. Je komt naar het klooster om er te leven, te sterven en er te worden begraven. Wat krijg je daarvoor terug? Wat 'geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoord'? Wat moet je daarmee doen? Wie is er zo gek om daar in te tuinen? Nou ... ik dus, en ik heb er geen spijt van.
Ik ben er letterlijk ingetuind, ik ben het klooster binnengelopen als was het een omheinde, besloten tuin. Dat was dan wel een binnentuin, de tuin van mijn eigen geest, hart, ziel. Voor mij maken de kloostermuren en het leven binnen de monnikengemeenschap een leven mogelijk waarin die tuin van mijn eigen innerlijk alle aandacht kan krijgen. Daarmee zit ik al in een gebied 'wat geen oog heeft gezien'. Een gebied waarvan ik goed besefte dat er dringend en blijvend een bekwame tuinman nodig is. Een Tuinman die er inderdaad ook bleek te zijn, door geen oog gezien, en toch stil en verborgen bezig. Ik heb er geen woorden voor.
Bernardus van Clairvaux heeft er wel woorden voor. Zijn poging om er iets van te zeggen in zijn 74e preek over het Hooglied klinkt voor mij dan weer te hoog gegrepen. Het zijn wel woorden die ik graag hoor. Mijn eigen schamele ervaringen met mijn eigen tuinman mogen er weerklank vinden als Bernardus schrijft over het Woord, dat bij hem als tuinman funtioneert: "Hij heeft mijn sluimerende ziel gewekt, mijn hart bewogen, week gemaakt en gewond -want mijn hart was hard en van steen en vol onverstand. Hij begon ook uit te rukken en af te breken, te bouwen en te planten. Hij begon wat dor is te besproeien, het duistere te verlichten, het geslotene te openen. Hij deed wat kil was ontvlammen, hij begon wat krom was recht te maken, en het hobbelige maakte het begaanbaar. En daarvoor zegende mijn ziel hem, zegende heel mijn binnenste zijn heilige Naam."
Nogmaals, wat er in mij gebeurt is als een verre echo van dit alles. Daarom schuil ik graag verder bij St. Bernardus, als hij in diezelfde preek over het Hooglied zegt: "Nooit heeft hij door een enkel teken zijn binnenkomen verraden. Alleen uit de bewogenheid van mijn hart heb ik zijn aanwezigheid begrepen. Uit het op de vlucht slaan van mijn laagheden, en doordat de ongeest geen kans meer kreeg in mij, bemerkte ik de macht van zijn kracht. Uit het uiteenslaan en weerspreken van mijn verborgen fouten bewonderde ik de diepte van zijn wijsheid. Uit de verbetering van mijn leven, hoe gering ook, ervoer ik de goedheid van zijn zachtmoedigheid. Uit de omvorming en vernieuwing van mijn geestelijk denken, dat is van mijn inwendige mens, besefte ik iets van de schittering van zijn schoonheid. En uit de beschouwing van dit alles samen beving mij een huiver voor zijn geweldige grootheid".
Een monnik krijgt niet wat hij ziet! En God zij dank is dat ook niet de bedoeling, want juist om God is het de monnik te doen...